Het boek ‘Koloniale oorlogen in Indonesië’, met schitterende illustraties, is een uiterst gedetailleerd en volledig verslag van hoe dat alles in zijn werk ging, een aanpak die zeker voortkomt uit de journalistieke achtergrond van Piet Hagen. Oorspronkelijk is het boek gepubliceerd in 2018.

Piet Hagen beschrijft meer dan 500 militaire acties, oorlogen en ‘vrede’ expedities, waarvan de duur uiteenliep van een aantal dagen tot vele jaren, zoals de Java-oorlog (1825-1830), daar vielen naar schatting 200.000 doden onder de Javanen en 15.000 onder de Nederlanderse troepen en hun huurlingen), de Batak-oorlog (1872-1907), de Aceh-oorlog  (1873-1913).

De strijd voor onafhankelijkheid (1945-1949) komt uitgebreid voor in het boek. Indonesië was vroeger in een voortdurende staat van oorlog, gevoerd met het ‘multicultureel’ leger KNIL, voornamelijk bestaande uit inheemse huurlingen, dwangarbeiders, slaven en daarnaast een handjevol Nederlandse en wat Europse soldaten.

Piet Hagen schat dat er in die eeuwen strijd aan de kant van de inlanders 3 tot 4 miljoen doden vielen en aan de kant van de Europeanen enige tienduizenden.

De strijd werd gevoerd met een grote mate van wreedheid. Mensenafmakerij noemden de tijdgenoten het ook wel. Bekend is de volkerenmoord op het Molukse eiland Banda in 1621 waarbij 15.000 mensen het leven lieten. Met als gevolg dat de overgebleven Bandanezen verdreven werden en het eiland werd gevuld met slaven. En nooit meer terugkeerden.

Maar ook bij kleinere expedities werden hele dorpen in Indonesië uitgemoord of tot slavernij gebracht en het dorp verbrand. De verschillende volkeren leefden vroeger in clans geïsoleerd in kleine dorpjes. Ook Japanse beulen werden hiervoor ingehuurd door de Hollanders. Afgehakte hoofden werden ter afschrikking op palen tentoongesteld.

Overigens liet ook de andere kant zich niet onbetuigd. Terug vechten deden de inlanders wel, niet elk eiland of dorp werd met succes veroverd. Sommige werden pas later via politieke wegen alsnog onderdanen van Nederland. Zo verteld de geschiedenis.

Drie belangrijke vragen worden aan de orde gesteld in het boek:

1. Hoe zijn de VOC en later de Nederlandse Staat er met betrekkelijk beperkte hulpmiddelen in geslaagd een zeer groot en divers gebied als de Indonesische Archipel te veroveren en te beheersen?

2. Waarom kwamen de ‘inlanders’ zoals de inwoners werden genoemd, niet vaker in opstand om de Nederlandse overheersers te verjagen?

3. Waarom werden er in het thuisland niet meer vragen gesteld over het dikwijls zeer wrede optreden van de Nederlanders?

Dit lijvige boekwerk van duizend bladzijden geeft een boeiend en volledig verslag van de koloniale oorlogen in het huidige Indonesië. Het begint met een overzicht van de bloeiende Oosterse handel voordat de Europeanen arriveerden, en het vervolgt met de pogingen van eerst Portugezen en Spanjaarden, en later van Hollanders en Engelsen die posities van elkaar proberen over te nemen.

De nadruk ligt echter op het Hollandse koloniale verleden: de rol van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) tot 1799 en die van de Nederlandse staat daarna waarbij een heel lang hoofdstuk wordt gewijd aan ‘de Indonesische Republiek in wording: de strijd voor onafhankelijkheid tussen 1945 en 1949’. De titel van dit hoofdstuk, in andere literatuur meestal ‘de politionele acties’ genoemd verwijst al naar de wijze waarop Piet Hagen zijn verslag wil doen: meer aandacht voor de Indonesische kant.

Het boek is verkrijgbaar via Bol.com
Bron: Trefpunt Azië

Reacties