We zijn als Molukkers al met een kleine gemeenschap in Nederland en als islamitische Molukker ben je al helemaal een minderheid binnen een minderheid.

Door: Zainal Umarella

Onder de 12.500 Molukkers die in 1951 naar Nederland waren overgebracht, bevond zich een kleine islamitische minderheid van ca. tachtig gezinnen en een paar vrijgezellen. Zij werden verspreid ondergebracht in een twintigtal kampen. Op Schattenberg en Lunetten na, woonde er in de andere kampen maar een of twee, hooguit drie gezinnen. In aanloop naar de ramadan aanstaande vrijdag posten we vandaag een uitgebreide interview met een Molukse moslim. Dit artikel is eerder gepubliceerd in onze TIFA Krant Editie nr. 3, november/december 2020.

TIFA Magazine sprak met Fâris van de Lisdonk uit Tilburg, zoon van een Nederlandse vader en een Molukse moeder. Zijn grootouders waren een van de weinigen die er toendertijd voor hebben gekozen om niet naar kamp Wyldemerck te gaan. Toen de woonbarakken van Wyldemerck werden afgebroken en de grote verhuizingen naar Waalwijk en Ridderkerk plaatsvonden sloot de familie Tehupelasury zich alsnog aan bij de Moluks-islamitische gemeenschap in Waalwijk. Ondanks dat Fâris buiten de gemeenschap is opgegroeid, voelt hij zich sterk verbonden en geroepen om een actieve bijdrage te leveren. Inmiddels is Fâris nu ruim een jaar bestuurslid van de Molukse Moskee An-Nur te Waalwijk.

Je bent bestuurslid bij de Molukse moskee. Hoe is dat tot stand gekomen?
Ik ben gevraagd door onze voorzitter, Alwan Lessy. Er was namelijk dringend behoefte aan een actiever bestuur. Ik was vanaf 2015 al verbonden met de moskee als lid van onze projectgroep renovatie. Met die groep hebben we het dak van de moskee volledig gerepareerd, een nieuw tapijt gelegd en ga zo maar door. Zodoende kwam ik vaker in aanraking met het reilen en zeilen van onze moskee en dat vond ik erg interessant. Diep van binnen wilde ik meer betekenen voor de moskee en de gemeenschap en toen Alwan mij benaderde heb ik niet lang nagedacht en me beschikbaar gesteld. Zo zijn we samen tot dat besluit gekomen. Het is wel een uitdaging en grote verantwoordelijkheid. Alles is nieuw, ik heb geen bestuurlijke achtergrond dus het is letterlijk leren met vallen en opstaan. Je moet een moskee staande zien te houden: een gebouw dat geen subsidie ontvangt en volledig afhankelijk is van vrije giften, de sadaqah. Omdat er in het verleden op financieel vlak veel is gebeurd moeten we een extra tandje bijzetten.

Gelukkig zijn we weer een gezonde moskee en horen we positieve geluiden uit de Molukse gemeenschap. Er is voor gekozen om het bestuur van de moskee volledig te laten bestaan uit de 3e generatie Moluks-islamitische jongeren van de gemeenschap. Ondanks dat de moskee van iedereen is en de bezoekers van alle etnische achtergronden zijn, vind ik het belangrijk dat we op bestuurlijk vlak toch de Molukse identiteit kunnen blijven waarborgen.

Je klinkt erg vastberaden en strijdvaardig. Waar komt dat vandaan?
Het gebouw heeft een geschiedenis. Onze opa’s en oma’s kwamen daar, onze ouders en nu mijn generatie met hun kinderen. De warme herinneringen hebben er toe geleid dat er een speciale band is ontstaan tussen mij en deze moskee. Zoals eerder benoemd, de moskee is voor iedereen, maar de verantwoordelijkheid is ooit aan de Molukse gemeenschap gegeven en door mijn bijdrage te leveren hoop ik dat in stand te kunnen houden zodat het in de gemeenschap blijft. Het is één van de twee Molukse moskeeën in Nederland en zijn naast een gebedshuis ook gewoon Moluks cultureel erfgoed. Daar moeten we ontzettend zuinig op zijn. We zijn als Molukkers al met een kleine gemeenschap
in Nederland en als islamitische Molukker ben je helemaal een minderheid binnen een minderheid.

Waar ligt de focus?
Ik vind het belangrijk dat de Moluks-islamitische gemeenschap zich moet blijven laten zien. De tradities en onze gebruiken moeten we vasthouden. De moskee was er niet zonder de inspanningen van de 1e generatie. De manier waarop zij de islam praktiseerden mag niet verloren gaan. We zijn nu druk aan het brainstormen over hoe we de 3e 4e en 5e generatie kunnen enthousiasmeren om meer betrokken te raken bij de moskee en uiteindelijk klaar te stomen voor posities in het bestuur en de religieuze raad. Door middel van cursussen bijvoorbeeld. Maar het belangrijkste vind ik, is dat men een band blijft houden met deze moskee. De moskee blijven bezoeken, je gezicht laten zien ook al kom je één keer per week. Het is een bijzondere plek en dat mogen we als Islamitische gemeenschap niet vergeten. Ik vind het daarom een mooie uitdaging om de gemeenschap weer actiever bij de moskee te laten betrekken. Ik voel me ontzettend dankbaar dat ik nu sta waar ik sta, het is juist een extra motivatie om deze doelen te realiseren.

Ben je altijd zo betrokken geweest?
Ik ben altijd buiten de gemeenschap opgegroeid. De enige islamitische Molukkers die ik kende waren mijn familie in Waalwijk. Ik ben enig kind en was wat mijn identiteit betreft ook altijd eenzaam. Ik was altijd de enige moslim en Molukker in mijn omgeving en keek daarom altijd uit naar die ene zaterdag per week om mijn neven en nichten te zien bij opa en oma in Waalwijk. Het echte gemeenschapsgevoel heb ik tijdens het opgroeien dan ook niet gehad. Alleen met de feestdagen, zoals idul Fitri & idul Adha, wanneer je naar de moskee ging. Pas vanaf mijn achtiende ben ik eigenlijk begonnen met mijn zoektocht naar mijn identiteit als islamitische Molukse jongere. Het Moluks voelen en er ook erg trots op zijn heb ik altijd gehad en heb daarnaast wel een redelijk strenge Molukse opvoeding genoten. Alleen was er toch altijd ergens een gemis waar ik mijn vinger nog niet op kon leggen.

Het religieuze daarentegen was altijd een rode draad in ons gezin, wat mijn ouders mij al van kinds af aan meegaven. Maar ik kwam erachter dat ik de religieuze verplichtingen deed omdat mijn ouders zeiden dat ik ze moest doen zonder dat ik de achterliggende gedachtes erachter begreep. Ik was dus erg zoekende en worstelde met het feit dat ik nergens echt bij hoorde. Tot het moment dat ik me ging verdiepen in de Islam en kennis heb opgedaan van andere religies. Juist daardoor werd ik me ervan bewust dat de Islam mijn pad is. Hoe meer mijn kennis in het geloof groeide, hoe meer duidelijkheid ik voor mezelf als moslim kreeg.

Dit nam niet weg dat ik me nog vaak eenzaam voelde als Molukker en dat veranderde in 2009 toen ik in Amsterdam stage liep. In die periode leerde ik de Umarella’s kennen en was ik verbaasd dat er nog een Moluks-islamitische gemeenschap in Ridderkerk was. Ridderkerk en de gemeenschap waren namelijk voor mij volledig onbekend, het ligt dan ook een stuk verder van Tilburg af dan Waalwijk. Er was ook direct herkenning toen ik eenmaal bij de Umarella’s over de vloer kwam. Daarbij kwam ook nog dat onze families uit hetzelfde dorp kwamen op Ambon, Tulehu. Het voelde vertrouwd, alsof ik thuis was. Dat is toch best apart als je erover nadenkt voor iemand die tot dan buiten de familie om nog weinig gemeenschapsgevoel had beleefd. Nu is dat wel anders. Mijn ouders hebben mij altijd vrij gelaten in mijn zoektocht waardoor ik inmiddels vele jongeren uit Ridderkerk en Waalwijk ken en heb het gevoel onderdeel uit te maken van de gemeenschap.

Wat weet je van het kampleven?
Wij zijn een van de weinige families die niet in Wyldemerck hebben gewoond. Opa en oma Tehupelasury kwamen er wel met de feestdagen vanuit de woonoorden waar zij zich toen bevonden. Ik weet niet veel van het kampleven en heb dat ook nooit gevraagd aan mijn grootouders. Helaas was ik daar toen ze nog in leven waren nog niet heel erg mee bezig en was de taal ook niet machtig. Mijn moeder is de een-na jongste dochter van twaalf kinderen en is in het klooster van Gronsveld aan de Dominikanenstraat geboren. Zij waren een van de weinige moslims in het kamp, maar hebben het geloof altijd als centraal in hun leven gehouden. Later is de familie alsnog in Waalwijk beland. Tijdens mijn hogeschoolperiode ben ik mij meer gaan verdiepen in mijn Molukse achtergrond en heb met vrije projecten altijd een Moluks onderwerp gekozen.

“Ik was me er van bewust dat politieke voorkeuren in de Molukse gemeenschap verschillen en wilde met DISINI gaan voor herkenning om niemand uit te sluiten”

Zo ook tijdens mijn Minor visualizing information, waar ik een korte animatiefilm genaamd DISINI heb gemaakt. Ik wilde mensen iets bijbrengen, mijn zoektocht naar kennis delen met anderen. Het verhaal vertel ik vanuit een persoonlijk gesprek met mijn opa, zonder de politieke kant te belichten. Ik was me er van bewust dat politieke voorkeuren in de Molukse gemeenschap verschillen en wilde met DISINI gaan voor herkenning om niemand uit te sluiten.

Vind je dat het religieuze en culturele tradities hand in hand kunnen?
Ja, vele culturele dingen komen voort uit het religieuze. Respect voor de medemens, het tonen van respect naar de ouders, de positie van de moeder, de gastvrijheid etc. Tuurlijk zijn er wel een aantal dingen die botsen met de regels van het geloof, maar dan is de keuze voor mij makkelijk gemaakt. Ik ben in de eerste plaats een moslim, daarna pas een Molukker. Want het is onze Schepper die onze voorouders en onze rijke eilanden en zeeën heeft geschapen en niet andersom. Wel is het de gewoonte om onze voorouders mee te nemen in onze smeekbedes en gebeden, maar hierbij wenden wij ons altijd tot Allah.

Foto’s: Fâris van de Lisdonk

Onze kersverse TIFA Magazine in het kader van ons 10-jarig bestaan is een feit! Wordt nu abonnee. In deze editie staat niemand minder dan cabaretier Joshua Timisela op de cover, de grappigste Molukker van Nederland.

Naast ons krantje presenteren wij nu ook met trots ons blad in een magazine versie. Wilt u lid worden? Dan kunt zich aanmelden via: social@tifamagazine.com Ovv Abonnee Magazine, uw naam, email en adres gegevens. Nu 1 jaar, 4 edities voor 15 euro exclusief verzendkosten.

Reacties