Op 17 augustus 1945 verklaart Soekarno de onafhankelijkheid van Indonesië. Twee dagen eerder heeft Japan zich overgegeven, de Tweede Wereldoorlog is voorbij. Maar Nederland erkent Indonesië niet. De Nederlanders sturen militairen om het oude gezag te herstellen. Terwijl de Indonesiërs af willen van de Nederlandse bezetter, volgt er een volgende oorlog met veel geweld.

De onafhankelijkheidsstrijd hebben voor diepe littekens gezorgd bij miljoenen mensen. De oorlog raakte alle bevolkingsgroepen die daar woonden. Denk aan de Indonesiërs, Molukkers, Indo-Europeanen, Europeanen, Papoea’s, de Joods-Indische en Chinees-Indonesische gemeenschap. Vele mensen liepen een trauma op.

Er breekt een chaotische en gewelddadige periode aan, zoals de Bersiap-periode. Nederland begint een oorlog. Met de ‘politionele actie‘ kwam de eerste geweldslag op 21 juli 1947, de tweede vind plaats in december 1948. Nadat er tussen de 90.000 – 100.000 doden zijn gevallen en onder druk van de Verenigde Naties, erkent Nederland pas op 27 december 1949 de Indonesische onafhankelijkheid. (Zie foto hierboven).

Griselda Molemans zegt over haar onderzoek naar de opvang van 380.000 mensen uit Indonesië: ‘De gevluchte Indische Nederlanders zijn geofferd voor de financiële belangen van Nederland.’

  • Lees het stuk van Griselda Molenmans hier!

De twee kanten van de medaille: 15 en 17 augustus

Beide data zijn niet los van elkaar te zien, ook niet als het gaat om het Molukse verhaal. Ook de Molukse medaille heeft op 15 en 17 augustus twee kanten.

Waar op 15 augustus met name die Molukkers in beeld zijn die vanwege hun loyaliteit aan Nederland in de problemen kwamen, gevangen zijn genomen, gemarteld of vermoord zijn door de Japanse bezetters wordt vaak vergeten dat er ook Molukkers waren die om verschillende redenen wel met de Japanners hebben samengewerkt.

Op Java waren dat Molukse pro-Indonesische nationalisten zoals mr. Latuharhary en dr. Leimena die, net als Soekarno en Hatta, in de Japanners eerder bevrijders van het Nederlandse juk dan bezetters zagen. Latuharhary was de eerste republikeinse gouverneur van de Molukken. Leimena was minister van gezondheid onder Soekarno en tussen 1957 – 1966 vicepremier van Indonesië.

Pattimura-bataljon

Uiteindelijk gingen ook veel Molukkers in het Pattimura-bataljon van de TNI dat niet voor niets vernoemd werd naar de Molukse leider Kapitan Pattimura van de grote opstand uit 1817. Terwijl Molukkers in de KNIL aan de kant van de driekleur stonden. Bij de aanval op de RMS in Ambon (1950) door Indonesische troepen is ook bataljon Pattimura betrokken. Hieruit blijkt weer dat het beeld van de ‘trouwe Ambonees’ genuanceerder is dan de algemene beeldvorming doet vermoeden.

Soms kwamen beide groepen Molukkers tegenover elkaar te staan. Er zijn anekdotes waarin wordt verteld dat men elkaar dan probeerde te ontzien, maar andere getuigenissen spreken van landgenoten die wel degelijk op elkaar schoten.

Meer weten over deze periode? Lees dan: De twee kanten van de Molukse medaille op 15 en 17 augustus door Wim Manuhutu.

Indonesische vlag ceremonie in Aboru

Opmerkelijk is de Indonesische vlag ceremonie dit jaar in het Molukse dorp Aboru, dat bekend staat als RMS-bolwerk. Op 25 april van dit jaar wapperde de RMS-vlag nog volop in het dorp. De RMS streeft sinds 1950 naar een onafhankelijke Republiek der Zuid-Molukken. In de afgelopen 70 jaar zijn er verschillende splinter-organisaties ontstaan waaronder de FKM-RMS. De huidige regering in ballingschap zit in Nederland en bestaat uit Molukkers die in Nederland geboren zijn.

Reacties