Als 8-jarige kwam hij in de befaamde jeugdopleiding van Ajax terecht. Hierdoor leerde Denny Landzaat al vroeg om te leven als een topsporter, die zichzelf doelen stelde om zijn ambities waar te kunnen maken. De zaterdag stond in het teken stond van zijn voetbalwedstrijd. De zondag stond in het teken van de kerk en de reis met het openbaar vervoer vanuit Amsterdam en later Purmerend naar de Molukse wijk in Wormerveer. Een reis dat hij veelvuldig met veel plezier met zijn moeder en zussen aflegde.

Door Delano Limaheluw

Vanaf volgend jaar gaan we met onze TIFA krant over op abonnees en posten we interviews van de eerdere gratis edities online. Dit artikel is eerder gepubliceerd in TIFA krant, Editie nr. 1, Juli 2019. 

De moeder van Denny komt uit het dorp Waiputuh van het Molukse eiland Buru. Op 2-jarige leeftijd was zij met haar vader, opa Salasiwa met de boot naar Nederland gekomen. ‘Opa Siwa’ een KNIL-soldaat kreeg een gezin van 14 kinderen waarvan de moeder van Denny de oudste dochter is.

Denny Landzaat, 43 inmiddels, is ruim vijf jaar geleden gestopt met het spelen van professioneel voetbal. In Tilburg bij Willem II speelde hij zijn laatste wedstrijd en begon Landzaat zijn trainerscarrière als specialistentrainer bij AZ onder Marco van Basten. Tifa Magazine spreekt Denny na een training van Feyenoord, waar hij aan zijn tweede seizoen als assistent-trainer van de club uit Rotterdam-Zuid is begonnen.

Hoe gaat het met je?
‘Het gaat hartstikke goed met mij bij Feyenoord. Vorig jaar ben ik als assistent onder Giovanni van Bronckhorst begonnen bij deze mooie club. Dit seizoen is er een nieuwe trainer in Jaap Stam. We zijn volop in voorbereiding op het seizoen en werken ernaar toe om een zo goed mogelijk voor de dag te komen’

Hoe kijk je terug op je eerste jaar?
‘Feyenoord was natuurlijk geen nieuwe club voor mij aangezien ik hier twee en half seizoen heb gevoetbald. Wel vergde het een transitie waarbij ik mij als nieuw staflid moest aanpassen aan de technische staf die al een lange tijd samen werkt. Voorheen in mijn voetbalcarrière heb ik mij overal altijd goed weten aan te passen. Gelukkig ging dat hier ook goed. Als trainer was het een mooi en leerzaam jaar. We begonnen fantastisch met de winst op PSV om de Johan Cruijff schaal. We hebben de halve finale van de KNVB-beker gehaald en zijn derde geëindigd in de eredivisie. We zijn te snel afgehaakt in de strijd om het kampioenschap. In de onderlinge duels tegen de topclubs hebben we goed gepresteerd maar hebben we het laten liggen tegen de relatief kleinere clubs. Je hebt als trainer van een topclub de ambitie om prijzen te winnen. Helaas is Johan Cruijff schaal de enige prijs die we vorig jaar hebben gewonnen. Al met al kijk ik positief terug op mijn eerste jaar, vooral ook omdat het heel bijzonder was om het samen met ‘Gio’ te doen, iemand met dezelfde roots en cultuur’.

Wat heb je als trainer geleerd van Gio?
’Gio is een echte gevoelsmens, die trots is op zijn familie en dat bovenaan heeft staan als mens en trainer. Iedereen binnen de groep wist hoe belangrijk familie is voor hem. Hij sprak dit altijd uit naar de jongens, dat wij samen één familie zijn. Dit was heel belangrijk in het groepsgevoel. Zijn oefenstof was altijd verfrissend en ik vind het een enorme kwaliteit dat hij altijd rustig bleef, dat is niet makkelijk, zeker niet bij zo’n grote club als Feyenoord. Hij volgde altijd zijn hart, bleef zichzelf en bracht het familiegevoel over naar de selectie.

Waar staat dat ‘familiegevoel’ voor?
‘Het betekent dat je goed bent naar elkaar en behulpzaam. Familie ben je in goede en slechte tijden waar je klaar voor staat en samen durft te groeien door de waarheid te kunnen zeggen tegen elkaar’

Heeft Gio’s Molukse achtergrond zijn visie hem beïnvloed?
’Iedereen die bekend is met de Molukse cultuur weet hoe belangrijk familie voor ons is. ‘Gio’ benoemde zijn achtergrond ook met trots, zeker als mens. Als trainer had het heel veel invloed op zijn werkwijze, visie en het ‘familiegevoel’. Als Molukker en trainer kon ik mij daar heel goed in identificeren. Het was heel mooi en apart om het samen te doen. We wisten hoe trots we de Molukse gemeenschap maakten, maar we zijn bezig met topsport en hebben geprobeerd om iedereen die Feyenoord een warm hart toedraagt, trots te maken’.

‘Stel jezelf doelen, vraag jezelf af hoe je dat gaat doen en wat je daarvoor nodig hebt’

Je hebt een fantastische voetbalcarrière achter de rug. Waar ben je het meest trots op?
‘Ik heb mezelf steeds nieuwe doelen gesteld. Als jeugdspeler wilde ik het eerste halen en in het stadion spelen. Daarna wilde ik het Nederlands elftal halen, Champions League en een Wereldkampioenschap spelen. Naast deze doelen wilde ik ook een transfer naar het buitenland maken om goed geld te kunnen verdienen zodat ik waar nodig altijd mijn familie kon ondersteunen. Toen ik als klein jongetje begon met voetballen, spaarde ik WK plaatjes. Het was mijn grote droom om ooit op een wereldkampioenschap voor het grote ‘Oranje’ te gaan voetballen. Dat dit in 2006 is gelukt onder bondscoach Marco van Basten, van wie ik vroeger op mijn kamer een poster aan de muur had (van de EK-finale 1988) vervuld mij nog steeds met trots’.

Wie was je idool toen je opgroeide?
‘Naast de poster van Marc, hing Gerald Vanenburg en natuurlijk Simon Tahamata. Hij was mijn echte jeugdheld waar ik trots op was. Een Molukker op het hoogste niveau, wat vond ik dat mooi om te zien. Naast het WK plaatje, moest ik ook de eredivisie plaatjes van andere Molukse voetballers hebben zoals; Ton Pattinama, Jos Luhukay, Bart Latuheru en Bobby Petta. Wij waren allemaal heel trots op deze spelers’.

‘Mijn Molukse achtergrond is wie ik ben en dat betekent veel voor mij’

Wat betekent het voor jou om Molukker te zijn?
‘Dat betekent heel veel. Het is eigenlijk wie ik ben. Dat ben ik, Denny Landzaat, het is mijn achtergrond en hoe ik opgevoed ben, Moluks. Ik heb een Nederlandse vader en Molukse moeder. Ik heb beide culturen meegekregen maar ben Moluks opgevoed. Het geloof was hierin heel belangrijk. Op zondag ging ik met mijn moeder met de trein en het openbaar vervoer vanuit Amsterdam en later Purmerend naar Wormerveer naar de kerk. In de Molukse wijk woonde mijn opa en oma. ‘Wanneer ik terugdenk aan mijn kindertijd, denk ik aan het familiegevoel. We kwamen altijd samen in het huis van ‘opa Siwa’. Na de kerkdienst doken we zo snel mogelijk de steegjes in om daar te gaan voetballen of blikjes te trappen. Ik vond het heerlijk om met hele familie samen bij opa en oma te eten. Ik heb een grote familie en dat zorgt ervoor dat er wel iedere week iemand jarig is of dat er een gelegenheid was om iets samen te vieren. Omdat ik al op 8-jarige leeftijd in de jeugdopleiding van Ajax terecht kwam moest ik al vroeg leren om keuzes te maken, wanneer wel en wanneer niet naar Wormerveer’

Je bent vader van twee kinderen. Wat voor vader is Denny?
‘Ik heb een dochter van 13, Ailani en een zoon van 9, Alessio, Ik probeer een vader te zijn die al zijn vrije tijd met zijn kinderen en vrouw spendeert. Mijn vrouw regelt de dagelijkse gang van zaken. Ze brengt de kinderen naar school en naar de sportclub. Wanneer ik vrij ben, vind ik het belangrijk om tijd met mijn gezin door te brengen’.

‘Voorbeeld doet volgen’

Wat geef je de kinderen mee van de Molukse cultuur?
‘Ik probeer zoveel mogelijk mee te geven. Dit doe ik niet geforceerd, maar juist op een natuurlijke manier zoals ik ook ben opgevoed. Je kan natuurlijk heel streng zijn om ze alles proberen mee te geven, maar ik ben er voorstander van om mijn kinderen zoveel mogelijk te laten ervaren, over wie wij zijn en wat voor achtergrond we hebben. Ze leren het meest over onze cultuur door ze mee te nemen naar de kerk, sidi’s, trouwerijen of andere vieringen. Er wordt Maleis gesproken, de warmte, het eten en samen zijn. Als grote familie komen wij met de kerst bij elkaar om samen te bidden. Daarnaast de dagelijkse dingen, niks geforceerd. ‘Voorbeeld doet volgen’. Zo probeer ik onze cultuur en achtergrond op mijn eigen manier aan mijn kinderen mee te geven’.

Ben je zelf ooit naar Ambon geweest?
‘Ik ben zelf nog nooit gegaan. Vroeger leefde dat gevoel heel sterk dat ik ooit naar Ambon wilde gaan. Inmiddels is dat gevoel wat weggeëbd. Ik vond het voornamelijk het belangrijkste dat mijn moeder kon teruggaan, wanneer het moment het toe liet. Ik doe zelf nooit beloftes daarin, daar ben ik altijd heel voorzichtig mee. Mijn familie komt van het eiland Buru. Dat ligt ten westen van Ceram. We hebben nog veel familie daar wonen. Het eiland is rijk aan ertsen, regenwoud en grondstoffen. Dit is interessant voor de overheid en grote multinationals. Grote regenwouden worden gekapt zonder medeweten van de lokale bewoners. Dit is slecht voor het milieu en de toekomst van de mensen daar. Het land en de grondstoffen zijn namelijk de toekomst voor de volgende generatie en de generatie daarna. Mijn familie is erg ondernemend in het bewust maken wat voor impact het heeft als er op grote schaal regenwoud wordt gekapt en andere grondstoffen worden weggehaald van het eiland. Dit brengt klimaatveranderingen en aardbevingen met zich mee.

Een Moluks gezegde is: ‘Alé Rasa, Beta Rasa’, ‘Wat jij voelt, voel ik ook’. Het doet ons enorm
veel wat daar gebeurt en raakt ons diep in ons hart. Op het eiland hebben ze hun eigen tradities, cultuur en geloof. We zijn er als familie bewust mee bezig dat dit ook allemaal wordt doorgegeven en dat de mensen daar hun cultuur en gewoontes kunnen behouden. ‘De jeugd heeft de toekomst’. De bewustwording is erg belangrijk niet alleen daar, maar ook hier in Nederland. Mijn familie is erg ondernemend om de mensen bewust te maken om niet zomaar een stuk van hun land te verkopen. Daar ben ik enorm trots op’.

‘Misschien moet ik ooit bondscoach van Indonesië worden’

Hoe zie jij je eigen rol hierin?
‘Ik heb een voorbeeldfunctie, niet alleen in mijn werk maar vooral in mijn gezin en familie, dat is het belangrijkste. Misschien moet ik maar ooit bondscoach worden van Indonesië en prestaties met het nationale elftal boeken. Het land is natuurlijk voetbalgek. Door prestaties krijg je wellicht een groter podium om je stem te laten horen en vind je misschien een luisterend oor. ‘Ik zeg dit een beetje gekscherend, maar je weet nooit hoe het leven loopt’.

Kwaku is een begrip geworden in Nederland en is ontstaan in 1975. Wat begon als een Surinaams onderonsje in de Bijlmermeer is uitgegroeid tot een multicultureel festival. Het brengt Nederlanders en andere culturen die in Nederland wonen samen, dat zorgt voor een kleurrijk geheel van optredens, dans, film, muziek en natuurlijk voetbal. Naast het Zuid Amerikaanse, Caribische, Indiase, Afrikaanse en multiculturele Europa heeft het festival een Moluks tintje gekregen.

‘Op de Molukse dag komen er meerdere culturen samen, goed om elkaars achtergrond en cultuur te leren kennen’

Wat vind je van de Molukse dag op Kwaku?
‘Ik heb uit mijn omgeving veel mooie en positieve berichten gehoord over de voorgaande editie. Kwaku is een gezellig samenzijn met onze Surinaamse, Zuid-Amerikaanse en Afrikaanse broeders en zusters. Het is mooi dat zo’n multiculturele dag in het teken staat van onze Molukse gemeenschap. Het is belangrijk dat verschillende culturen en achtergronden kennis maken met elkaar. Niet alleen de andere culturen met ons Molukkers maar wij ook met die van hen! De variatie aan diversiteit is mooi om te zien en vind ik erg leuk. ‘Het is dat wij met Feyenoord volop in voorbereiding zijn op het nieuwe seizoen anders had ik zeker een kijkje willen nemen. Ik wil bovenal alle mensen heel veel plezier wensen op de Molukse dag op Kwaku’.

Hoe sta je tegenover Visit Ambon 2020?
‘Ik hoop echt dat Visit Ambon 2020 wat gaat doen voor de lokale bevolking daar. Dat het mensen over de hele wereld uitnodigt om richting Ambon te gaan. Het is een goed en positief initiatief en ik hoop dat het toerisme een enorme boost krijgt op Ambon, die ook na 2020 te zien is, zodat de mensen daarop kunnen bouwen en een beter bestaan voor zichzelf kunnen creëren’.

Na Simon Tahamata, Sonny Silooy, Bart Latuheru, Bobby Petta, Giovanni van Bronckhorst en Danny Landzaat zijn er geen Molukse voetballers voor het Nederlands Elftal uitgekomen. Is er nog Moluks voetbaltalent?
’Het is een tijd stil geweest, maar het is even wachten op de nieuwe generatie. Afgelopen zomer heb ik in de leeftijdscategorie van mijn zoon (9 tot 12 jaar) genoeg talent gezien. Ook op de voetbalschool van Simon Tahamata loopt er veel Moluks talent. Toen ik de jeugd van AZ trainde zag ik ook voldoende Molukse jongens bij BVO’s rondlopen. Ik zie daarin geen probleem in de toekomst en een nieuwe Simon of ‘Gio’ zal weer gaan opstaan waardoor de stilte wordt opgevuld’

‘Ken achteraf geen spijt’

Heb jij nog tips voor de Molukse jeugd die droomt van een prof voetbalcarrière?
‘Ieder persoon is anders, daarom is het moeilijk om tips te geven. Je moet hopen dat je als jong talent wordt begeleid door de juiste trainers. Uiteindelijk moet je zelf achteraf geen excuses hebben. ‘Had ik dit of dat maar gedaan’. Geef nooit op en waar een wil is, is een weg. Wees zelfverantwoordelijk en durf in de spiegel te kijken. Zolang je zelf weet dat je er alles aan hebt gedaan, kan je achteraf geen spijt hebben over je eigen inbreng’.

Tot slot, wat zijn je eigen ambities voor de toekomst?
‘Ik wil succesvol zijn met Feyenoord. Dit hopen wij te bereiken door de vraag te blijven stellen aan de spelers in de selectie stellen: ‘Wat wil je, hoe ga je dat doen en wat heb je daarvoor nodig’. Ajax zat een paar jaar geleden ook in een andere situatie. Het is belangrijk dat we de koppen bij elkaar steken en ons eigen plan verzinnen. Je plan moet kloppen, we kunnen wel in bepaalde formaties gaan willen spelen maar we moeten vooral kijken wat het beste is voor deze groep om daarmee succesvol te kunnen zijn. Het is prima om de underdog te zijn. Als we minder punten laten liggen tegen de andere clubs en ons mannetje staan tegen de topclubs, wil ik het nog wel zien. Trainer zijn is een ervaar vak. Ik ben mijzelf aan het klaar maken om ooit zelf hoofdtrainer te worden. Eerst moet ik toegelaten worden op de cursus coach betaald voetbal. Dat diploma halen en dan ben ik alweer twee tot drie jaar verder. Tegen die tijd zit ik ongeveer 10 jaar in het trainersvak. Mijn ambitie is persoonlijke groei en mijn rugzak zoveel mogelijk vullen met ervaringen als trainer, zodat ik goed voorbereid op mijn eigen benen kan staan. Op kortere termijn is de ambitie om succesvol te zijn met Feyenoord’.

Denny Landzaat is momenteel assistent-trainer van Willem II.

Foto: via Facebook Feyenoordtraining Rotterdam
2022 TIFA MAGAZINE 10 JAAR

Tifa Magazine brengt per kwartaal een exclusieve papieren krant uit. Exclusieve interviews en verhalen!

Na twee jaar gratis edities is het vanaf 2022 alleen nog verkrijgbaar als u abonnee bent.

Tifa is actueel, dichtbij en onafhankelijk! Voor maar 15,- per jaar bent u al lid.

U kan abonneren via social@tifamagazine.com

Stuur uw volledige naam, adresgegevens, mail en telefoonnummer naar ons toe ovv Abonnee TIFA Krant.

Reacties