Vandaag is het precies 68 jaar geleden dat de eerste stroming Molukkers (van het KNIL, Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger) arriveerden in Nederland. De Kota Inten liep op 21 maart 1951 de haven van Rotterdam binnen met aan boord zo’n duizend ex-KNIL-militairen en hun gezinnen. Hier begon het verhaal van de Molukse gemeenschap in Nederland die nu al met meerdere generaties zijn. 

Op deze dag herdenken wij dan ook de eerste generatie Molukkers in Nederland. Een eerbetoon naar de Molukse gemeenschap. Die toen met grote groepen naar Nederland werden overgebracht. 

Geschiedenis

Na de oorlog tussen Indonesië en Nederland kregen KNIL-ers de keus: gedemobiliseerd worden op een ‘plaats naar keuze binnen Indonesië óf de overstap maken naar de APRIS, het leger van de Verenigde Staten van Indonesië. Maar toen de RMS in 1950 op Ambon werd uitgeroepen, was in ieder geval het overstappen naar het Indonesische leger hiermee van de baan. Tevens hadden ze al tegen het Indonesische leger gevochten.

RMS-demonstratie in Jakarta in 1950

Nederland erkende de RMS niet en wilde de Molukse KNIL militairen daar ook niet naartoe brengen. De voormalige RMS-president Soumokil leidde een guerrilla-oorlog op het eiland Seram en er waren RMS-missies in het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea. Aan Indonesische kant waren er ook Molukkers die voor Sukarno hadden gekozen, zij waren anti-Nederlands en richtte het Pattimura-batiljon op dat onderdeel werd van de TNI.

De KNIL-militairen zaten ver verwijderd van de Molukken. Omdat een patstelling ontstond in de demobilisatie van deze groep Molukkers, werd zij in 1951 op basis van een verkapt dienstbevel naar Nederland overgebracht. En werd hun een terugkeer beloofd binnen 6 maanden.

In Nederland

In totaal waren in korte tijd zo’n 12.500 Molukkers naar Nederland overgebracht. Tot een beloofde en verwachte terugkeer zou het nooit komen. Na trouwe dienst aan Nederland werden de Molukse militairen meteen ontslagen en moesten ze rondkomen van een grijpstuiver die ze kregen van de overheid. De vernedering die daarmee gepaard ging heeft veel mensen gebroken. Dit was een klap in het gezicht.

De eerste jaren werden ze gehuisvest in voormalige werk- en concentratiekampen, zoals de voormalige concentratiekampen Westerbork en Vught, vaak onder barre omstandigheden. De Molukkers werden buiten de samenleving gehouden en mochten niet werken.

Molukkers in de marine

Met de boottransporten van 1951 kwamen ook 67 marine-Molukkers en circa 300 gezinsleden naar Nederland. Nog 32 anderen kwamen op andere wijze hierheen. In Nederland werden ze eerst opgevangen in voormalige werkkampen en marinepensions in Medemblik, Klundert, Arnhem en Doorn.

Molukkers bij de Marine is de slepende ontslagkwestie bespaard gebleven, die de Molukse ex-KNIL-militairen zoveel parten heeft gespeeld. Aan ‘inheemse schepelingen’, waaronder Molukkers, werd geadviseerd om óf over te gaan naar de Indonesische marine, óf te demobiliseren. Maar anders dan bij KNIL-militairen was deze keuze niet dwingend.

Molukse marinemensen konden dus gewoon in Nederlandse militaire dienst blijven. Zij die daarvoor kozen werden na de soevereiniteitsoverdracht met hun gezinnen overgeplaatst naar Nederland, de Nederlandse Antillen of naar Nederlands Nieuw-Guinea. Later werden ze normaal gehuisvest in de omgeving van marinekampen: in Den Helder, Amsterdam en Loosdrecht. De meeste marine-Molukkers zijn tot aan hun pensioen in dienst gebleven.

Naar Amerika

Er waren ook Molukse gezinnen die niet in Nederland wilden blijven en naar de Verenigde Staten verhuisden. Tussen 1954 en 1962 emigreerden zo’n twintig à dertig Molukse gezinnen. Veel meer Molukse vaders hebben echter met de gedachte gespeeld.

Ieder voor zich vertrokken zij naar ‘the land of immigrants’ en geen van hen keerde terug. Zij werden Molukse Amerikanen. De meesten vertrokken rechtstreeks naar Californië. Anderen kwamen daar pas later via een omweg terecht. Min of meer bij toeval hoorden ze dat je kon emigreren. In de kampen werd er niet veel over gesproken. Noch door Ambonezenzorg, noch door de kampbewoners die ervan wisten.

Molukkers die in de jaren ’60 naar Nederland zijn gekomen

Vanaf 1951 werd vanuit het RMS-bolwerk in Seram diverse delegaties en militaire missies uitgezonden naar het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea waar veel Molukkers woonden. Maar op 25 augustus 1962 ondertekenden Nederland en Indonesië het Verdrag van New York en werd het gebied overgedragen aan de Republiek Indonesië. Daarmee kwam voor de Molukkers een einde aan het verblijf in Nieuw-Guinea. De gemeenschap wilde geen aansluiting bij het kersverse land en velen waren RMS-gezind. Zij die voor het Nederlandse bestuur hadden gewerkt maakten zich daarvoor hard en kregen de mogelijkheid om naar Nederland te gaan. De meesten deden dat. Ook omdat zij hier al landgenoten en familieleden hadden.

Voormalig RMS-president Soumokil

Op 2 december 1963 werd Soumokil gevangen genomen op het eiland Seram en werd op 12 april 1966 geëxecuteerd onder het bewind van Soeharto. Zijn lichaam is nooit vrijgegeven. Op 26 juli 1966 kwam de toen 32-jarige weduwe van president Soumokil, Josina ‘Njonja’ Soumokil-Taniwel, met hun zoon Tommy in Nederland aan.

Terugkeer naar de Molukken

Tussen de jaren ’60 en ’70 keerden ongeveer 2.500 Molukkers terug naar hun geboortegrond. Na de instelling van een regeling ter ondersteuning van de repatrianten in 1975, kwamen daar nog zo’n 300 bij.

Bronnen: Nationaal Archief, Moluks Historisch Museum
Foto’s: Moluks Historisch Museum

Wij herdenken het verleden en omarmen met elkaar de toekomst! 

Reacties